Op deze pagina bieden we een denkkader voor ketenpartners die met participatieve interventies aan de slag willen. We benoemen hierin de stappen die je moet doorlopen, wil je werk maken van veiligheidsbeleving. Let wel: een stappenplan voor een complex fenomeen als veiligheidsbeleving kan nooit alles bevatten. Uiteindelijk is (lokale) kennis en expertise van professionals van groot belang om een aanpak tot een succes te maken. Deze aanpak ondersteunt daarbij. Het denkkader bestaat uit vier stappen:

  1. Ken je buurt/wijk
    Een effectieve aanpak begint met een grondige analyse van de lokale veiligheidssituatie. Deze helpt om inzicht te krijgen in onderliggende oorzaken van onveiligheidsgevoelens en de context waarin deze onveiligheidsgevoelens zich voordoen. Belangrijke vragen zijn:
  • Hoe ziet de sociale structuur van mijn buurt eruit? Verkrijg inzicht in factoren als het onderling contact tussen buurtbewoners, de rol van best persons, onderling vertrouwen en vertrouwen in de overheid.
  • Waarin vinden de onveiligheidsgevoelens hun oorzaak? Probeer hierbij een onderscheid te maken tussen de drie sporen die we omschreven bij ‘hoe werkt veiligheidsbeleving’.
  • Het niveau van initiatiefbereidheid in de buurt. Hieronder verstaan we de mate waarin buurtbewoners zelf initiatieven ontplooien, of open staan voor initiatieven die vanuit ketenpartners worden gestart. Best persons (die we hierboven noemen) kunnen hierbij een grote rol spelen.

Probeer tijdens het onderzoek zo direct mogelijk in contact te treden met de mensen waar het om gaat. Spreek bijvoorbeeld buurtbewoners aan op straat of organiseer een bijeenkomst. Let er vooral op dat je niet alleen input krijgt van mensen met de grootste mond. Leg juist contact met een zo breed mogelijke doorsnede van de wijk.

  1. Schets een profiel van de initiatieven die werken in jouw buurt
    Aan de hand van de analyse die je in stap 1 hebt gemaakt, kun je nu een grof profiel schetsen van het soort interventies een positief effect kunnen hebben. Maak bij het schetsen van dit profiel onderscheid tussen:

    1. de manier waarop de interventie werkt;
    2. het fenomeen waarop de interventie zich richt;
    3. de benodigde inzet van buurtbewoners.

    Om je te ondersteunen bij het schetsen van dit profiel, werken we ieder van deze sporen onderaan dit stappenplan verder uit.

  1. Laat je inspireren door best-practices
    Op de pagina met praktijkvoorbeelden is een uitgebreid overzicht te vinden van interventies die van invloed zijn op veiligheidsbeleving. De interventies zijn te filteren aan de hand van de drie sporen die onder stap 2 zijn benoemd.
  1. Ga uit van je eigen situatie, maar vind niet zelf het wiel uit
    Tot slot komt het weer aan op maatwerk. Maak gebruik van je eigen kennis en inzicht om kansrijke interventies te selecteren. Of haal waardevolle elementen uit bestaande interventies om tot een nieuwe aanpak te komen.
    Let bij het opzetten van een nieuwe interventie of aanpak op de randvoorwaarden en ‘lessons learned’ die hier te vinden zijn. Daarmee ontwijk je valkuilen, waar anderen al in zijn getrapt.

Eigenschappen van interventies

Er zijn talloze manieren om (participatieve) interventies in het veiligheidsdomein te beschrijven. Wij richten ons op drie invalshoeken, omdat die kunnen helpen bij het selecteren van geschikte interventies in een specifieke situatie.

Wat wil je met de interventie aanpakken?
De tweede invalshoek gaat over het inhoudelijke fenomeen waar de interventie over gaat. Bijvoorbeeld over verloedering, overlast of woninginbraak.

Bewustzijn creëren
Met soms kleine aanpassingen in gedrag kunnen mensen een grote rol spelen in het verbeteren van de veiligheid en leefbaarheid van hun wijk.

Intercultureel werken
Het verbinden van verschillende culturen waardoor leefbaarheid en veiligheid verbetert. Hierbij kan het gaan over cultuur in de zin van afkomst, maar ook over buurt- of wijkcultuur.

Leefbaarheid
Initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van contacten tussen bewoners en het creëren van een leefomgeving waarin mensen zich (sociaal) veilig voelen.

Overlast
Gericht op het terugdringen van overlast in de breedste zin van het woord. Voorbeelden zijn geluidsoverlast, zwerfvuil en overlast van groepen jongeren.

Sociale cohesie
Het creëren en bestendig maken van sociale banden tussen bewoners.

Sociale veiligheid
Bewoners hebben het gevoel veilig en beschermd te zijn tegen mogelijke ‘dreigingen’ van buitenaf.

Toezicht
Het creëren van een extra paar ogen en oren in de buurt of wijk. Dat kan door het vergroten van de inzet van professionals, maar ook door (samen) te werken met burgers. 

Veiligheid
Interventies die gericht zijn op de verbetering van veiligheid in relatie tot de mate van criminaliteit in een gebied.

Verloedering
Activiteiten die erop gericht zijn de fysieke ruimte te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het opknappen van gebouwen, het aanleggen van groenvoorzieningen en het schoonhouden van straten.

Woninginbraak
De aanpak van de high impact crime woninginbraak, door het verhogen van toezicht door burgers of professionals in een bepaald gebied.


De mate van participatie door professionals en burgers
Ook kijken we naar de benodigde inzet van burgers. Hiervoor maken we gebruik van de participatieladder. Met een belangrijke kanttekening: méér participatie van burgers is zeker niet per definitie beter. Het gaat erom dat de benodigde inzet van burgers aansluit bij de potentie hiertoe in een buurt of wijk.

Informeren
Professionals bepalen welke interventie ingezet wordt in de aanpak van een vraagstuk. Mensen die het aangaat, worden op de hoogte gehouden, maar hebben geen inbreng.

Inspreken / raadplegen
Professionals bepalen de agenda. Burgers zijn gesprekspartner, maar hebben geen directe invloed op de agenda en prioritering van onderwerpen.

Consulteren / adviseren
Professionals bepalen de agenda, burgers hebben invloed op de agenda. Ze zijn een volwaardige gesprekspartner en adviseren professionals over de prioritering van de problematiek.

Coproduceren / samenwerken
Professionals en burgers bepalen samen de agenda en werken gezamenlijk aan de aanpak van issues.

Delegeren / meebeslissen
Burgers nemen taken over van professionals en mogen ook beslissingen nemen over de aanpak van problematiek.

Zelfbestuur
Burgers nemen zelf het initiatief om de problematiek aan te pakken. Professionals zijn hier niet bij betrokken.


Hoe werkt de interventie?
Dit spoor richt zich op de manier waarop de interventie werkt. Bijvoorbeeld door bemiddeling op te zetten, organisatiekracht te mobiliseren of nabijheid tussen burgers en ketenpartners te organiseren.Interventies zijn vaak niet sec gericht op één manier van werken. Daarom hebben de meeste interventies meerdere kerneigenschappen.

Bemiddelen
Burgers spreken anderen aan op hun gedrag of zijn de bemiddelende partij in conflictsituaties.

Co-creatie
Samenwerking staat centraal. Verschillende (groepen) burgers werken samen met elkaar en/of met professionals, om samen een project tot een goed einde te brengen.

Meedenken
Het aandragen van ideeën voor mogelijke projecten/initiatieven, zonder directe betrokkenheid bij de uitvoering hiervan.

Verbinden
Nadruk op het vergroten/versterken van het contact tussen burgers onderling, en burgers en professionals. Versterken van sociale cohesie.

Organiseren / uitvoeren
Burgers nemen op eigen initiatief of met hulp van professionals de organisatie en de uitvoering van een project en/of activiteiten op zich.

Prioriteren / signaleren
Aan de hand van signalen van bewoners stellen ketenpartners hun prioriteiten bij, of komen ze tot nieuwe prioriteiten.